|
De geschiedenis van Tai Chi.
Er zijn verschillende verhalen over het ontstaan van Tai Chi Chuan en wie de
grondlegger ervan was. We kunnen met zekerheid zeggen dat Chang San-Feng een
taoïstische monnik de grootste was in dit systeem. Hij beoefende Tai Chi
Chuan in de Wudang tempel en zou tussen 1125 en 1490 geleefd hebben. Volgens
sommige bronnen zou hij geboren zijn in april 1247, nu nog wordt deze maand
jaarlijks herdacht door mensen die Tai Chi beoefenen aan de hand van demonstraties,
eten en drank Deze dag is op de laatste zaterdag van april om 10u.
Tai Chi Chuan werd vastgelegd op officiële geschriften in de tijd van
Chen Wang-Ting (1597-1664) in het dorpje Chenjiagou. Zijn leraar was Chiang
Fa. Chiang Fa kreeg les van Wang Tsung-Yueh, één van de grote
legendarische meester van Tai Chi Chuan. Wang Tsung-Yueh zou een leerling geweest
zijn van Chang Sung-Chi, een grootmeester van de innerlijke krijgskunst uit
het Wudang gebergte. In 1644 onderwijst Chen Wang-Ting Tai Chi Chuan. Zijn stijl
was snel en gewelddadig en werd alleen doorgegeven aan leden van de familie.
Van generaties op generaties zijn er nieuwe leermethodes ontstaan.
In 1771-1853 was er een zeer beroemde Tai Chi expert Chen Chang-Xing uit Henan.
Hij vereenvoudigde de Chen stijl. Buiten zijn familie leerde hij slechts twee
mensen deze stijl, Li Bo-Kui en Yang Lu-Chang (1799-1872) de grondlegger van
de Yang stijl.
Toen Yang Lu-Chang deze stijl bemeesterde, trok hij terug naar zijn geboortedorp
Yongnian in de provincie Hebei in Noord China. Hij verspreide Tai Chi Chuan
en had vele leerlingen. Ook gaf hij les aan het keizerlijk hof (Qing-Dynastie).
Yang’s Tai Chi werd heel bekend. Hij was ook zeer geboeid om andere boksers
te ontmoeten om zo hun bekwaamheid te testen. Al zag Yang Lu Chang er niet uit
als een bokser, toch wierp hij zijn tegenstanders die soms tweemaal zo zwaar
waren ver van zich af. Nooit heeft hij zijn tegenstander zwaar verwond. Omdat
hij nooit verloor en geen rivaal had, noemde men hem Wu Ti (geen vijand, geen
rivaal). Na verloop van tijd werden de Fa-Jing’s (explosieve bewegingen),
sprongen en stampen uit de Yang stijl gelaten.
Yang Lu-Chang had drie zonen. De oudste Yang-Qi stierf als kind, de tweede
zoon Yang Ban-Hou (1837-1892) had een zeer hoog niveau van Tai Chi Chuan, bijna
gelijk aan zijn vader. Hij hield ervan om zijn innerlijke krachten te testen,
maar hij gaf niet graag les.
Yang Ban-Hou gaf zijn stijl door aan een inwoner van Mantsjoerije, Wu Quan-You
(1834-1902), deze gaf het door aan zijn zoon Wu Jian-Quan (1870-1942) waaruit
dan de Wu-stijl is ontstaan.
De derde zoon Yang Jian-Hou (1839-1917) had vele studenten. Hij onderwees drie
stijlen klein, midden en groot. Met zijn bekwaamheid en harmonie van hardheid
en zachtheid bereikte hij na verloop van tijd een hoog niveau. Deze twee zonen
hadden het niet zo gemakkelijk met hun vader Yang Lu-chang. Ze moesten van hem
oefenen zonder onderbreking, kregen zweepslagen of werden uitgescholden. Hierdoor
wilde de twee zonen regelmatig weglopen van het ouderlijk huis.
Yang Jian-Hou had drie zonen waarvan Yang Shao-Hou (1862-1930) de oudste was.
De tweede Yang Zhao-Yuan stierf op jonge leeftijd en de derde was Yang Cheng-Fu
(1883-1936). Shao-Hou was net zoals zijn oom Yang Ban-Hou en hield ervan om
als eerste aan te vallen. Zijn stijl was klein, maar krachtig en zijn acties
waren snel. Doordat zijn lessen te agressief waren, had hij zeer weinig leerlingen.
Yang Cheng-Fu had een zeer zacht en goedaardig karakter. Als kind gaf hij niet
zoveel om Tai Chi Chuan. Hij vond het niet waard om een vijand te zijn van iemand.
Maar besefte wel dat Tai Chi Chuan het lichaam gezond hield. Toen hij bijna
twintig was, begon hij pas te oefenen. Na verloop van tijd toen hij de waarde
van Tai Chi Chuan begreep, studeerde hij dag en nacht. Het niveau dat Cheng-Fu
wilde bereiken was zacht aan de buiten kant en ijzersterk aan de binnen kant
van het lichaam. Na de dood van zijn vader heeft hij veel aan zelfstudie gedaan,
hij was toen vierendertig jaar. Zijn groot voorbeeld geeft ons de moed, om onszelf
te ontwikkelen en dingen aan te leren. Dit is natuurlijk alleen maar mogelijk,
als we de principes en de theorie van Tai Chi Chuan begrijpen en toepassen met
veel inzet van onszelf. Yang Cheng-Fu veranderde de Yang stijl zo dat de bewegingen
vloeiend, rond, gemakkelijk, zacht, licht en evenwichtig waren. De Yang stijl
bezat nu geen afwisseling tussen snelle en langzame bewegingen, noch de explosieve
bewegingen van de Chen stijl. De energie is rustig en de bewegingen zijn rond.
Om de beweging en ademhaling natuurlijk te maken legt de Yang stijl de nadruk
op het laten zinken van het dantianpunt (Qi-chen, drie vingers onder de navel
iets naar binnen in de buik). In zijn school had Yang Cheng-Fu vele jonge talenten.
Rond 1930 ging hij naar Zuid China om in Hong Zhou, Shanghou, Nanjing, Guang
Zhou enz les te geven. Deze Yang vorm (stijl) is uiteindelijk de meest populaire
vorm geworden over heel de wereld van de hedendaagse Tai Chi Chuan stijlen.
Vanuit de Chen stijl zijn er andere stijlen ontstaan:
- Chen stijl
- Yang stijl
- Wu stijl
- Sun stijl
- Wu Yuxiang stijl
Alle stijlen zijn verschillend in beweging, maar hebben allemaal hetzelfde
basisprincipes en dezelfde eigenschappen.
|